mardi, 13 novembre 2007
"Generatie Lonsdale"
“Generatie Lonsdale”
Het kledingmerk Lonsdale wordt de jongste jaren veel gedragen door jongeren die men, naar gelang eigen smaak of opinie, nogal eens als ‘extreem rechts’ of ‘racistisch’ doodverft. Wat is er écht aan de hand? In hoeverre dekt een modemerk een echte opinie. Dat onderzocht Maaike Homan (geboren in 1980) die veel voor het dagblad Trouw werkte en zich zowat specialiseerde in ‘extreem rechtse jongeren’.
Wat beduidt Lonsdale precies? Interpreteerders stellen dat het staat voor Laat Ons Nederlanders Samen De Allochtonen Langzaam Elimineren. Juist of niet? Een bedenksel van een aantal tegenstanders?
Voor Homan is het een verzamelnaam van ‘racistische, rechts-extreme of ultrarechtse jongeren’, waarbij ‘extreem rechts’ gedefinieerd wordt als “sterk nationalisme, soms zelfs fascisme, een diepgeworteld conservatisme en vreemdelingenhaat”. Ze moét wel vaststellen dat heel wat jongeren, zowel in de Randstad als in de meer landelijke gemeenten, een grondige afkeer voelen ten overstaan van de dagjespolitiek. Ze zetten zich in tegen de verloedering van het straatbeeld en ervaren de toenemende druk van niet-Europese vreemdelingen als bedreigend. Maar welke alternatieven bieden ze? Hoe zie ze de toekomst van Nederland? Daar blijven ze vaag en ondoordacht over. Veel zekerheden over waar het met de politiek in Nederland naartoe moet, hebben ze niet en het lijkt er op dat ze, na de moorden op Pim Fortuyn en Theo Van Gogh, weinig na te volgen voorbeelden kennen.
Homan blijft een tijd stilstaan bij de “geschiedenis van extreem rechtse partijen” in Nederland. Behalve voor ingewijden is dat een warrige historie van stichting, scheuring, herstichting, een verhaal van zelfverklaarde leiders die weldra àl te licht wogen en spoorloos verdwenen, met enkele goedwillenden en vaak hard ijverenden, die na een eerste tegenslag vlug teleurgesteld geraakten. Of door de – op dat terrein dan toch – uiterst waakzame media, die onverbiddelijk iedereen afkraken die ‘rechts-buiten-de-lijntjes’ loopt. Meer dan 60 jaar na de Tweede Wereldoorlog stelt ‘rechts’ politiek nog maar weinig voor. Hoewel, de meest recente ontwikkelingen rond Geert Wilders of Rita Verdonk laten allicht een ‘ruk-naar-rechts’ vermoeden. Of de ‘Lonsdalers’ daar voorlopig veel aan hebben, weet ik uiteraard niet…
Interessant is een reeks gesprekken die Homan voert met vertegenwoordigers van een aantal rechtse partijen en/of groepen. 7 in totaal. Uit die gesprekken blijkt: weinig belangstelling voor politieke vorming, voor cultuur. De onderlinge tegenstellingen worden er bijvoorbeeld wel gretig gecultiveerd, en er zijn geen échte leiders… Zo praat Homan met de volgende partijen: ‘Nieuw Rechts’ van Michiel Smit (één gemeenteraadslid in Ridderkerk), met de ‘Nationale Alliantie’ van Jan Teyn, en verder met de voorzitter van de Nederlandse Volksunie (deze partij bekent zich al jaren tot het nationaal-socialisme…) Constant Kusters. En dan is er nog Voorpost, met Paul Peters als woordvoerder. Hier ontdekt Maaike Homan, tot haar eigen verbazing, een beweging die uitdrukkelijk géén partij is en dat ook niet wil worden; die duidelijk groot-Nederlands gericht is en actief is in zowel stamland Vlaanderen als in Nederland. Voorpost legt de nadruk op zowel actie als vorming en wijst nodeloos geweld af.
Ter verduidelijking: Voorposters dragen géén Lonsdale!
Al bij al levert Maaike Homan een – zeker naar gekende Nederlandse normen – behoorlijk objectief en gedocumenteerd werkstuk af. Het is eens een andere kijk op het verschijnsel van jongeren die tegen het links liberalisme rebelleren. Hoe weinig principieel en onhandig ze hun rebellie ook verwoorden, de meest bewusten onder hen zoeken een uitweg naar een betere maatschappij.
En dat soort objectiviteit lees je in Nederlandse studie over het verschijnsel bepaald niet dikwijls.
Generatie Lonsdale
Homan Maaike
Uitgeverij Houtekiet,
2006, Antwerpen/Amsterdam
173 pag.
ISBN 90 – 5240 886 6
(richtprijs 16.50 €)
(Karel Van Vaernewijck)
01:30 Publié dans Affaires européennes, Sociologie | Lien permanent | Commentaires (0) |
|
del.icio.us |
|
Digg |
Facebook
La Cour Suprême contre la ségrégation raciale

13 novembre 1956 : La Cour Suprême des Etats-Unis décrète que la ségrégation raciale est contraire à la Constitution. Cet avis donne le coup d’envoi aux revendications des Afro-Américains. Elles atteindront leur point culminant dans la seconde moitié des années 60, où des émeutes ravageront bon nombre de villes américaines et où la Garde Nationale ne cessera d’intervenir. Le mouvement identitaire européen, notamment la revue « Défense de l’Occident » de Maurice Bardèche et les divers organes de presse du mouvement « Jeune Europe » de Jean Thiriart appuieront les revendications des Afro-Américains. Il est de bon ton, actuellement, dans les milieux des professionnels de l’anti-racisme, d’accuser la mouvance identitaire européenne de professer un « racisme d’exclusion ». Ces professionnels de l’anti-racisme n’ont soit pas leur documentation à jour, soit affirment des contrevérités, soit manipulent l’opinion, ou les trois à la fois. Ils oublient (ou feignent d’oublier) que les exposants de cette droite nationale ou européiste ont fustigé le « racisme d’exclusion », issu de l’idéologie puritaine américaine, sans pour autant sombrer dans le fantasme nauséeux de la « panmixie obligatoire » qu’on cherche à nous imposer aujourd’hui. Les positions identitaires d’hier et d’aujourd’hui sont bien plus proches des critères de respect des identités prônés par l’UNESCO que les panmixistes qui visent à tout éradiquer et à transformer l’humanité entière en pousseurs de caddies de supermarché ou en consommateurs de produits standardisés.
00:20 Publié dans Histoire | Lien permanent | Commentaires (0) |
|
del.icio.us |
|
Digg |
Facebook
Fin de l'insurrection hongroise

13 novembre 1956: Fin de l’insurrection hongroise, après l’intervention, quelques jours plus tôt, des forces du Pacte de Varsovie qui avaient déployé 200.000 hommes et 2000 chars, officiellement pour défendre le « socialisme ». 200.000 réfugiés hongrois traverseront la frontière autrichienne pour se réfugier en Europe occidentale, dont la Belgique, qui leur accordera immédiatement le droit d’asile car ils sont des ressortissants de l’ancien empire austro-hongrois, dont les Pays-Bas autrichiens firent partie. Quelques jours plus tard, l’animateur principal du renouveau hongrois, Imre Nagy, est livré aux Soviétiques. Il sera pendu pour trahison à l’endroit du socialisme. Janos Kadar prend les rênes du pouvoir dans la Hongrie normalisée. Le Cardinal Mindszenty se réfugie à l’ambassade des Etats-Unis et y restera jusqu’en 1971.
00:15 Publié dans Histoire | Lien permanent | Commentaires (0) |
|
del.icio.us |
|
Digg |
Facebook

