Ok

En poursuivant votre navigation sur ce site, vous acceptez l'utilisation de cookies. Ces derniers assurent le bon fonctionnement de nos services. En savoir plus.

samedi, 18 novembre 2017

OECD studie: Meeste Europese landen, ook Nederland, geen democratie meer

police18330-acab.jpg

OECD studie: Meeste Europese landen, ook Nederland, geen democratie meer
 

6 van 10 Nederlanders voelen zich genegeerd door tal van besluiten door politiek Den Haag

Dramatisch: Slechts 12% Fransen denkt nog serieus genomen te worden

Met een kanselier die volledig op eigen houtje, zelfs zonder instemming van het parlement, besloot om de grenzen van haar land en Europa open te zetten voor miljoenen moslimmigranten, is het niet vreemd dat nog maar 24% van de Duitsers denkt enige invloed op de politiek te hebben.

Uit een onderzoek van de OECD (Organisation for Economic Co-operation and Development) blijkt dat de meerderheid van de inwoners van de meeste Europese landen, inclusief Nederland, vinden dat ze geen invloed meer hebben op de regering, ook niet via vrije verkiezingen. Met andere woorden: deze landen zijn ondanks hun vaak hoge welvaart en parlementaire systeem niet langer democratisch, maar worden feitelijk totalitair geregeerd. Opvallend: de hetze van de politiek en massamedia ten spijt, is uitgerekend het Rusland van president Vladimir Putin één van de slechts 4 landen waar de meerderheid wèl de ervaring heeft dat de politiek naar hen luistert.

De in Parijs gevestigde OECD stelt iedere 2 jaar een ‘welzijnsindex’ op, waarin tal van terreinen worden onderzocht die het welbevinden van de bevolking tussen 16 en 65 jaar oud bepalen. De statistiek van 2017 laat een diepe kloof tussen de overheid en de burgers zien, die in de loop der jaren steeds groter wordt. Die kloof is in alle categorieën zichtbaar: rijk, arm, oud, jong, man, vrouw, hoog of laag opgeleid.

Hoewel veel mensen in de 35 onderzochte landen –zowel in als buiten Europa- zeggen een prettig en vervuld leven te hebben, voelen ze zich steeds verder verwijderd van de politieke besluitvormingsprocessen, die er eigenlijk voor en namens hen zouden moeten zijn.

Vertrouwen in overheid verder gedaald

Het inkomen, de levensverwachting en het aantal banen zijn sinds 2005 weliswaar verbeterd, maar toch zijn er teveel mensen die niet geprofiteerd hebben van het ‘lichte herstel’ van de economie. Sinds 2007 is de baanonzekerheid met een derde gestegen, en is de gemiddelde levenstevredenheid gedaald.

Vooral het vertrouwen in de publieke instituten zoals de overheid is diep gezonken. Een gemiddelde van slechts 38% heeft nog vertrouwen in hun regering, 4% minder dan het toch al lage percentage in 2006. Slechts één derde denkt nog dat burgers enige invloed hebben op de politiek.

Anti-democratische besluiten, ook in Nederland

Nederland scoort met 40% nog bovengemiddeld ‘goed’. Desondanks vinden 6 van de 10 Nederlanders dat om het even welke regering in Den Haag niet naar hen luistert, en niet langer hun belangen behartigt. Hoewel de OECD studie geen oorzaken noemt, wordt algemeen aangenomen dat het overdragen van steeds meer macht aan de EU, de almaar hoger wordende lasten, en daarnaast de massa immigratie uit islamitische landen drie van de voornaamste redenen van de toenemende ontevredenheid zijn.

Schrijnende anti-democratische voorbeelden uit ons eigen land zijn  er te over; denk bijvoorbeeld aan de voor ons land extreem kostbare invoering van de euro (terwijl de meerderheid daarop tegen was), de genegeerde referenda over een Europese Grondwet (is er ondanks een duidelijk NEE toch gekomen middels het Verdrag van Lissabon) en Oekraïne, de gebroken ‘geen cent meer naar Griekenland’ beloftes, et cetera.. De regeringspartij met ‘Democraten’ in zijn naam, D66, wil zelfs helemaal van de volksraadpleging af, en dat terwijl de invoering hiervan ooit de belangrijkste reden van oprichting van deze inmiddels anti-democratische partij was.

Het voornemen van het nieuwe kabinet Rutte III om de belastingen voor grote bedrijven te verlagen, maar de lasten voor de gewone man opnieuw flink te verhogen (energie, zorg, vervoer), zal niet bepaald bijdragen aan een eventueel herstel van het vertrouwen in de politiek.

Wanneer is de kritieke ondergrens bereikt?

EU-kernlanden Duitsland (24%), Italië (17%) en Frankrijk (12%) scoren ronduit dramatisch op de OECD lijst. Het zijn mogelijk niet toevallig de landen met de hoogste immigratie- en islamiseringcijfers. De vraag is hoelang het duurt voordat een meerderheid van de Europese bevolking voelt door de huidige politici over een kritieke ondergrens te worden geduwd, en vooral of er dan nog tijd is om op democratische wijze het tij te keren. Van de EU hoeven ze niets te verwachten, die doet er juist alles aan om de democratie en soevereiniteit van de lidstaten stap voor stap geheel op te heffen.


Xander

(1) Anonymous

Écrire un commentaire