Ok

En poursuivant votre navigation sur ce site, vous acceptez l'utilisation de cookies. Ces derniers assurent le bon fonctionnement de nos services. En savoir plus.

jeudi, 25 avril 2013

'Obama zet verdachte Boston land uit

'Obama zet verdachte Boston land uit om link met Saudi Arabië te verbergen'

Ex: http://xandernieuws.punt.nl/

Opname politieradio bewijst dat autoriteiten liegen over niet geëxplodeerde bommen

Reguliere media weigeren foto's, opnamen en ooggetuigen te publiceren


De media weigeren o.a. deze foto te laten zien, waaruit blijkt dat tenminste 2 verdachten vrijwel zeker lid waren van de private militaire firma Craft International, een soort elite 'Blackwater'.

De Saudische student die volgens onafhankelijke bronnen vrijwel onmiddellijk in verband werd gebracht met de bomaanslagen op de marathon in Boston wordt vanwege ' nationale veiligheidsredenen' volgende week de VS uitgezet. Deze zeer ongewone stap, die pal komt na een spoedgesprek tussen president Obama en de Saudische minister van Buitenlandse Zaken Saud al-Faisal, doet critici vermoeden dat Obama hiermee probeert te verhullen dat de daders inderdaad uit Arabische- en moslimkringen afkomstig zijn.

Autoriteiten en media ontkennen foto's, opnamen en ooggetuigen

Nadat er gisteren foto's op het internet verschenen waarop een aantal verdachten met donker getinte huid met grote rugzakken tussen de toeschouwers van de marathon in Boston zijn te zien, proberen de autoriteiten, de FBI en de media de schade zoveel mogelijk te beperken door alle linken te ontkennen. Ook CNN kwam plotseling terug op het eerdere bericht dat er een 'donker getinte' man zou zijn gearresteerd.

Daarnaast werd de voorspelling van de aanslagen in de cartoonserie Family Guy door veel media onterecht als 'hoax' gekwalificeerd. Ooggetuigen die verklaarden dat er pal voor de aanslagen werd omgeroepen dat er een (bom)oefening werd gehouden werden glashard tegengesproken, alsmede ook het feit dat er later nog 3 tot 5 onontplofte bommen zouden zijn gevonden, iets wat duidelijk blijkt uit een opname afkomstig van een politieradio.(2)

Tevens weigeren de reguliere media de foto's met de verdachten aan het grote publiek te laten zien. Sommige gefotografeerde mannen lijken uit het Midden Oosten te komen, en twee van hen aan de hand van emblemen op hun zwarte rugzakken en petten vrijwel zeker geïdentificeerd als medewerkers van de private militaire/beveiligingsfirma Craft International. Na onderzoek bleek dat de geëxplodeerde bommen inderdaad in zwarte rugzakken hebben gezeten. (3)

Uitzetting na spoedgesprek Obama en Saudische minister

Volgens terrorisme expert Steve Emerson zal de 20 jarige uit Saudi Arabië afkomstige Abdul Rahman Ali Alharbi zo snel mogelijk worden gedeporteerd. Alharbi, die met brandwonden aan zijn handen in een ziekenhuis werd opgenomen, kreeg daar bewaking en werd later bezocht door de Saudische diplomaat Azzam bin Abdel Karim. Later werd zijn appartement door de autoriteiten onderzocht.

Het besluit de student het land uit te zetten volgde kort na een niet gepland gesprek tussen president Obama en de Saudische minister van Buitenlandse Zaken Saud al-Faisal, gisterenmiddag in het Witte Huis. 'Dit is zeer opmerkelijk,' aldus Emerson. 'Burgers van Saudi Arabië worden niet gearresteerd maar gedeporteerd, omdat de regering de Saudi's niet voor schut wil zetten en hen te vriend wil houden.'

Bovendien werd een wel geplande bijeenkomst voor de pers tussen minister van Buitenlandse Zaken John Kerry en minister Faisal plotseling gecancelled omdat Kerry 'moe' zou zijn. Associated Press journalist Patrick Ventrell waagde het openlijk aan deze verklaring te twijfelen. 'Verwacht u echt dat wij geloven dat dit de echte reden is?' vroeg hij aan de woordvoerder van het Witte Huis, die duidelijk moeite had om uit zijn woorden te komen.

Al Qaeda

De 20 jarige Alharbi behoort bij een invloedrijke Saudische clan die al sinds de jaren '90 tal van Al Qaeda leden herbergt. De BBC berichtte bijvoorbeeld dat Khaled Alharbi getrouwd was met een dochter van Al Qaeda's nummer 2, Ayman al-Zawahiri. Ook zou hij samen met Bin Laden in een video te zien zijn geweest waarin zij de aanslagen van 9/11 prezen.

Gezien het feit dat de regering Obama al meer dan een half miljard dollar en grote hoeveelheden wapens heeft gegeven aan de rebellen van het Free Syrian Army, dat openlijk heeft toegegeven door Al Qaeda te worden geleid, zou het nieuws dat één van deze militanten een aanslag op Amerikaanse bodem heeft gepleegd extreem schadelijk voor de president zijn.

'Obama verbergt link met Saudi Arabië'

De bekende conservatieve radiopresentator Michael Savage kwam gisteren daarom met de theorie op de proppen dat de politie in Boston door de regering Obama en de FBI het bevel heeft gekregen een geplande persconferentie te annuleren, omdat de Saudische minister zou hebben geëist dat de verdachte niet wordt gearresteerd maar het land wordt uitgezet.

Als later blijkt dat de regering Obama inderdaad opnieuw probeert een link tussen terreuraanslagen en Arabische moslims te verbergen, dan is dit schandaal nog vele malen groter dan het Benghazi debacle. Obama probeerde toen maandenlang te ontkennen en te verhullen dat moslimextremisten verantwoordelijk waren voor de dood van onder andere de Amerikaanse ambassadeur, omdat de via Libië lopende geheime wapenleveranties van de CIA aan Al Qaeda in Syrië anders aan het licht hadden kunnen komen. (1)


Xander

(1) Infowars
(2) Infowars
(3) Infowars

Zie ook:

17-04: Boston: Officials en media beginnen 'rechts' en 'anti-Obama' de schuld te geven
16-04: Cartoonserie Family Guy voorspelde maand geleden aanslag in Boston
16-04: Jordaanse moslimleider blij met 'Amerikaans bloed' in Boston
16-04: 'Bomoefening pal voor explosies marathon Boston'

 

La radicalité contre la dictature des minorités !...

La radicalité contre la dictature des minorités !...

 

Nous reproduisons ci-dessous un point de vue de Jean-Yves Le Gallou, cueilli sur Polémia et consacré au mouvement populaire et à sa nécessaire radicalisation s'il veut pouvoir ébranler les minorités qui nous gouvernent...

Jean-Yves Le Gallou dirige la fondation Polémia et a récemment publié aux éditions Via Romana un essai percutant intitulé La tyrannie médiatique.

 

La radicalité contre la dictature des minorités

Chaud, chaud, chaud ! Le printemps sera chaud. Car les majorités se révoltent contre la dictature des minorités.

Minorités sexuelles

Il y a, selon l’INSEE, 100.000 couples homosexuels en France, soit 0,3% de la population ; et 10.000 enfants – 0,003% de la population – vivent au domicile de ces couples homosexuels. Une minorité de ces minorités réclame qu’on change des règles multimillénaires pour les adapter à leur situation individuelle ou à leurs caprices. Il est normal que cela suscite une forte exaspération des majorités ! En vérité les homosexuels devraient être reconnaissants aux familles traditionnelles qui défilent contre la dénaturation du mariage : ce sont leurs enfants qui paieront leurs retraites…

Minorités associatives subventionnées 

Les associations LGBT, minorité agissante de la minorité revendicative des minorités sexuelles, veulent régenter le débat public. Au nom de la lutte contre une prétendue « homophobie », il s’agit d’interdire toute prise de position jugée politiquement incorrecte ; en fait, d’empêcher toute critique du mariage homosexualiste à l’image de ce qu’ont réussi les associations « antiracistes » censurant tout débat sur l’immigration. Le tout avec l’argent des contribuables. C’est insupportable au pays de Voltaire.

Minorités ethniques et religieuses

Elles cherchent à imposer dans l’espace public comme dans l’espace privé leurs exigences vestimentaires et leurs interdits alimentaires : refus du porc, abattage hallal pour tous – ce qui suscite la réaction des amis des bêtes et de la France profonde. C’est à Guéret, dans la Creuse, qu’on se mobilise contre la construction d’un abattoir hallal voulu au nom de médiocres intérêts commerciaux, quoique contraire à la loi européenne, aux traditions françaises et à la sécurité sanitaire.

Minorités financières

Elles imposent des réglementations conformes à leurs intérêts mais non à l’intérêt général. Quand les banques, les grandes entreprises et les hyper-riches échappent à l’impôt (tout en bénéficiant des infrastructures techniques, des services publics et des systèmes de protection sociale des Etats), ce sont les classes moyennes qui payent. Ces classes moyennes sont doublement victimes : des excès de l’Etat-providence qu’ils payent mais aussi de la finance-providence qui échappe à l’impôt.

Minorités médiatiques

Moins de 50.000 journalistes, qui informent de moins en moins et qui conditionnent de plus en plus ; qui ne cherchent pas à distinguer l’exact de l’inexact, ni le vrai du faux, mais qui prétendent dire où est le « bien », où le « mal », en louant les « gentils » et en dénonçant les « méchants ». Avec un grand sens de l’à-propos, les personnes manifestant le 28 mars devant France Télévision, protégée par les forces de l’ordre, criaient : « CRS, retourne-toi, la racaille est derrière toi ! » Sans commentaire.

Minorités parlementaires

Moins de 1.000 personnes prétendent avoir le monopole de la fabrication de la loi sans tenir compte du peuple. C’est, certes, la logique de la démocratie représentative mais celle-ci est, hélas, de moins en moins représentative :

-En raison des lois et du calendrier électoral, une partie importante de l’opinion n’est pas représentée ; et les socialistes qui ont, à eux seuls, la majorité de l’Assemblée nationale n’ont recueilli que 16% des électeurs inscrits, lors du premier tour des élections législatives de juin 2012. Un peu court comme majorité pour transformer un homme en femme !

-Le Sénat a voté le projet de loi Taubira à la sauvette. Une loi dont la garde des Sceaux a dit qu’elle portait un « changement de civilisation » mais dont, faute de scrutin public, on ne sait pas individuellement qui l’a votée et qui l’a refusée. Un formidable déni de démocratie voulu par tous les groupes politiques de la majorité comme de l’opposition. Une belle manœuvre qui permet de faire adopter la loi, qui autorise les sénateurs à se faire passer pour « progressistes » auprès des médias parisiens tout en leur permettant individuellement de dire à leurs électeurs d’outre-mer ou des campagnes françaises qu’ils n’ont pas approuvé le « mariage gay ». Belle manœuvre, vraiment, mais qui indigne à juste titre les adversaires de la loi Taubira et tous les démocrates sincères.

-Plus généralement, les hommes politiques les plus en vue représentent de moins en moins leurs électeurs car ce sont des médiagogues, des hommes et des femmes qui cherchent à plaire aux médias plus qu’au peuple, à coups de surenchère politiquement correcte. Telle est la principale cause du discrédit de la démocratie représentative.

Or toutes ces minorités se tiennent et se soutiennent. C’est contre elles que la révolte gronde. Moins d’un an après l’élection de François Hollande la probabilité d’une crise politique majeure est devant nous : la dissolution de l’Assemblée nationale ou la démission du président de la République ne changeraient pas grand-chose. Ce qu’il faut c’est rendre la parole au peuple. Par le référendum d’initiative populaire national et local. A partir de la demande de 500.000 électeurs au plan national et ce sans censure prétendument constitutionnelle. A partir de 7,5% des électeurs au niveau local, sous la seule réserve qu’il s’agisse d’une délibération locale. Bien sûr, ceci devrait s’accompagner d’un rétablissement de la liberté d’expression, de l’arrêt des subventions aux grands lobbys politiquement corrects et du retour au pluralisme des médias.

Le printemps français doit trouver un débouché politique autour de thèmes forts : référendum et démocratie directe ; liberté d’expression et pluralisme des médias ; dénonciation de la dictature des minorités et respect de la majorité populaire. Quant aux manifestants ils ne doivent pas avoir peur de la radicalité car seule la radicalité s’attaque aux racines du mal et propose un ressourcement créateur.

 Jean-Yves Le Gallou (Polémia, 14 avril 2013)

Comment l'islam a étouffé les cultures pré-islamiques au nom du culte de l'unicité de Dieu

Comment l'islam a étouffé les cultures pré-islamiques au nom du culte de l'unicité de Dieu

De l'architecture aux divinités, une conférence à Fès au Maroc s'est penchée pour la première fois sur l'histoire du Maroc antique. Mais les cultures pré-islamiques restent largement méconnues.

Al-tawhîd

Ex: http://histoire.fdesouche.com/

 
"L'islam a conservé, et on l'ignore souvent, des éléments de culture pré-islamique."

"L'islam a conservé, et on l'ignore souvent, des éléments de culture pré-islamique." Crédit DR

Atlantico : De l'architecture aux divinités, une conférence tenue à Fès au Maroc s'est penchée pour la première fois sur l'histoire du Maroc antique. Les cultures pré-islamiques restent largement méconnues. Comment l'expliquer ? 

C'est une conférence salutaire à tout point de vue, car, en effet, objectivement, l'histoire des sociétés arabes ne commence absolument pas avec la naissance de l'islam au début du VIIème siècle. Il serait bon de s'en souvenir. Ainsi, cette religion monothéiste, née en Arabie en 610 sous l'apostolat de Muhammad, ne s'est donc pas développée ex nihilo. À côté de l'architecture et du culte des divinités, à l'époque anté-islamique, il ne faut pas omettre de mentionner la littérature arabe et plus exactement encore sa poésie, laquelle fut très raffinée avant et après l'avènement de l'islam.

Si les cultures pré-islamiques sont sinon ignorées du moins délaissées, c'est parce que selon un certain enseignement de l'islam, du culte de l'unicité absolue de Dieu (al-tawhîd), celles-là contribueraient à éloigner l'homme en général et le musulman en particulier, de la croyance en un Dieu unique suivant des règles ou des principes précis édictés dans le Coran, la Sunna (traditions prophétiques) et "la compréhension des pieux prédécesseurs" (al-salaf al-çâlih).

Il y a une confusion regrettable dans l'esprit de certains musulmans de nos jours. En effet, ils confondent démarche de connaissance, historique et démarche piétiste ou fidéiste, en sorte qu'ils croient, à tort, que la première menace inéluctablement l'intégrité de leur foi !

Quelles étaient les valeurs qui y étaient défendues (en particulier le rapport au sexe et à la femme) ? Quelles en ont été les principaux apports et quel en est aujourd'hui l'héritage ? 

Dans L'Arabie pré-islamique, par exemple, dominait une vie tribale où la liberté du groupe se confondait avec celle de l'individu, dans une perpétuelle interaction. Il y avait, notamment à La Mecque, outre une culture polythéiste intense à côté du judaïsme et du christianisme, une dialectique de la paix et de la guerre entre les différentes tribus, avec des razzias, etc. Y dominaient par ailleurs des solidarités mécaniques, les vertus de courage, d'honneur, etc. La vie morale des Bédouins reposait, selon Roger Caratini, entre autres orientalistes, essentiellement sur les valeurs suivantes: "le courage, l'honneur tribal, familial, individuel, la générosité et l'hospitalité".

La polygamie était largement de mise, dans la mesure où plus vous aviez de femmes, plus il vous était possible d'asseoir la puissance de la tribu, avec une prime accordée aux garçons (symboles de la puissance du groupe), tandis que les fillettes étaient parfois enterrées vivantes...Et c'est l'islam, très précisément, qui a mis fin à cette pratique horrible!

Quant à la poésie pré-islamique, elle chantait les vertus de l'amour, du vin; elle prônait quelquefois l'injure ou l'ironie vis-à-vis des clans ennemis, etc. 

Cependant, l'islam a conservé, et on l'ignore souvent, des éléments de culture pré-islamique. Il faut savoir que le pèlerinage à La Mecque était déjà de rigueur et un lieu prisé par différentes tribus et les grands commerçants installés ou de passage, soit donc bien avant l'arrivée de l'islam. L'autorisation de la polygamie était également un héritage de la période pré-islamique, en plus de la richesse sémantique de la langue arabe qui deviendra aussi la langue du Coran !

Quelles conséquences le développement de l'islam a-t-il eu sur elles et sur leur rayonnement ? Quel regard porte-t-il aujourd'hui sur ces cultures ? Plus globalement, quel rapport l'islam a-t-il à l'histoire ?

Les conséquences sont multiples. L'islam a sévèrement combattu la polythéisme, c'est un fait; a fortiori sous les feux de lectures orthodoxes; il a interdit, suivant l'orthodoxie sunnite notamment, et en plusieurs étapes, la consommation d'alcool, le libéralisme sexuel (sur ce point, comme n'importe quel autre monothéisme); il a également strictement encadré la polygamie, etc. Des acteurs de l'islam (activiste) contemporain qui nourrissent une vision très rigoriste de la religion, entretiennent une véritable animosité et haine vis-à-vis de certains types de culture hérités de la période pré-islamique. Souvenons-nous à cet égard des Talibans afghans qui ont détruit les Bouddhas de Bâmiyâm en 2001 ou, plus récemment, des islamistes qui ont entamé la destruction de mausolées de saints à Tombouctou au Mali... Cela dit, il convient d'être extrêmement précis: c'est moins l'islam, en tant que tel, et intrinsèquement, qui mène une guerre sans pitié à l'encontre de ces cultures, que des activistes qui vouent un souverain mépris à l'endroit de la connaissance de façon générale, et, en particulier, du patrimoine de l'humanité.

Offensive anti-Céline

celine-238733-jpg_130017.JPG

Offensive anti-Céline

par Marc Laudelout


Assiste-t-on à une offensive anti-Céline dans le petit milieu littéraire parisien ? Une récente émission pourrait le laisser croire ¹. Les invités : Hélène Cixous, Donatien Grau, Jean-Yves Tadié et Charles Dantzig. Péremptoire et pédant, celui-ci traita, une fois encore, avec condescendance l’œuvre de Céline : « Si on dit que c’est un écrivain comme Henri Béraud, un écrivain pamphlétaire qui a un talent énergique, d’injures, d’invectives, très bien. Mais l’espèce de disproportion où on nous met Céline et Proust [sur le même plan], je trouve que littérairement c’est une erreur ». Rien de nouveau, ce n’est pas la première fois que le sieur Patrick Lefebvre (c’est son véritable patronyme) dénigre Céline : « C’est l’exemple type d’une fausse valeur. Dans son ensemble, son œuvre est mauvaise. » ; « Voyage au bout de la nuit n’est pas un chef-d’œuvre mais  une apologie de la lâcheté.  Céline  a un  talent  très  limité ². ». Et je pourrais citer encore bien d’autres appréciations du même tonneau. On aurait pu s’attendre à ce qu’au moins l’un des autres invités se récriât. Que du contraire ! Tadié, le grand spécialiste proustien, renchérit : « Je partage cet avis mais nous ne sommes pas nombreux (…). Pour moi, c’est quelqu’un qui n’a cessé de  bavarder et c’est de la littérature que je n’aime pas ³. ». La dame Cixous approuve avec force et le quatrième invité, Donatien Grau, ne pipe mot. L’animateur, J.-P. Elkabbach, lui, semble boire du petit lait. Dantzig d’ajouter une couche en affirmant que Céline a tout piqué chez Laforgue  sous prétexte que, lui aussi, utilisait les trois points 4 ! Il y a quelques années, cet érudit graphomane rangeait les livres de Céline  dans la  littérature réaliste ou populiste. À présent, il le réduit à un pamphlétaire genre Béraud. Jusqu’où ira-t-il ?  La prochaine étape  consistera  peut-être à le comparer à Jehan Rictus ou à Drumont.


Depuis quelques années, ce Lefebvre-Dantzig s’est fait une petite réputation dans le monde des lettres. Sur son site, on peut lire que son recueil de poèmes, Les Nageurs, « ode au corps et à la sensualité masculine », est devenu « un livre gay “culte” » 5. C’est également lui qui est à l’initiative d’une pétition pour le mariage gay co-signée par tout ce que l’élite germanopratine compte de « branché », de Pierre Bergé à Patrice Chéreau en passant par Virginie Despentes et Valérie Lang 6. Vous me direz que je m’éloigne de la littérature. Pas tellement car, au cours de la même émission, Lefebvre-Dantzig, qui est aussi romancier, fit cet aveu : « Jean Genet est le premier à avoir annexé au roman les travestis. Moi, je voudrais écrire un roman où il y ait une drag-queen. ». On a les ambitions littéraires qu’on peut 7.


Marc LAUDELOUT

 

1. Émission « Bibliothèque Médicis » animée par Jean-Pierre Elkabbach, Public Sénat, 1er février 2013.

2. Le Figaro, 10 janvier 2009 & France-Info, 18 janvier 2013. Sans parler des inepties sur Céline dont est truffé son dernier livre, À propos des chefs-d’œuvre (Grasset, 2013, pp. 178-179).

3. Tadié veut bien admettre, en revanche, que « Le [sic] Voyage au bout de la nuit est un beau livre ».

4. Dans son Testament de Céline (Éd. de Fallois, 2009), le regretté Paul Yonnet (qui n’aimait de Céline que Voyage au bout de la nuit) voyait, lui, en Eugène Scribe un devancier de Céline en raison de l’utilisation des trois points.

5. Dans son dernier roman, le narrateur se souvient avoir été traité de « pédé » et avoir reçu ce mot comme une gifle. Mais il l’a accepté, a endossé le mot “gay” qui “exaspère les homosexuels honteux” ».

6. « Mariage gay : non à la collusion de la haine », Le Monde, 17 novembre 2012.

7. Au moins faut-il lui reconnaître une certaine constance : la presse nous apprend que lors de la dernière délibération du Prix Décembre (dont il préside actuellement le jury), Christine Angot et Mathieu Riboulet avaient obtenu tous les deux six voix. Comme l’y autorise le règlement, Dantzig fit alors prévaloir sa double voix pour décerner le prix au roman de Riboulet qui se passe dans les saunas et back-rooms d’outre-Rhin. On est décidément loin de la célébration de la danseuse chère à Céline…

De onverwachtse voordelen van Zero-tolerance

Tussen verbod en genot

De onverwachtse voordelen van Zero-tolerance

tolzero.jpg

 

Johan SANCTORUM

Ex: http://visionairbelgie.wordpress.com/

Zopas liep ik nog eens tegen de lamp met een parkeerovertreding: schijf vergeten te plaatsen. Vergeten, nu ja, ik moet bekennen dat ik er ook geen zin in had. Of als ik nog eerlijker moet zijn: misschien vond ik het zelfs opwindend om die parkeerschijf niet te plaatsen, en het vervolg van het verhaal af te wachten.

Meteen een ideaal aanknopingspunt om eens door te bomen over het doolhof van regels, reglementen en wetten waarin wij leven en sterven,- en over de psychologie van macht en (on)gehoorzaamheid. Duwen we op het gaspedaal om sneller ter bestemming te zijn, of is het de libertijn in ons die wakker wordt? Plassen we wild omdat de nood zo hoog is, of ook wel net omdat het niet mag? Ontduiken we belastingen om rijker (of minder arm) te worden, of uit rebellie tegen het systeem? Of… gewoon voor de fun? Hebben wij regels nodig, om ze te kunnen negeren? En waar komt dat plezier in de ongehoorzaamheid vandaan?

Jantje en de pruimen

Zeer tegen de zin van de postmoderne inquisitie die gaandeweg de universiteiten controleert, en het vooral op Freud, Lacan en de psychoanalyse heeft gemunt, – maar eigenlijk op elke vorm van speculatief denken-, zal ik nog eens een neo-Freudiaanse piste bewandelen over de intense samenhang tussen verbod en genot, gevaar en lust. Het ene roept namelijk het andere op.

Stel u een universum voor waar alles toegelaten zou zijn, zonder enige controle, straf of consequentie: we zouden vergaan van verveling. Dus worden er grenzen afgetast. Eerst is er de zindelijkheidstraining die maar niet wil lukken. Daarna het stiekem snoepen. Boeren aan tafel, de verkeerde hand geven, foute boekjes lezen. Spookrijden, verboden websites bezoeken. Hoe meer flitspalen, des te sterker proberen we ze te ontwijken. Het zebrapad is veilig, maar de ruimte ernaast veel aantrekkelijker. Het rood licht zegt stop, maar iets in ons zegt: “doorgaan”. De moraal en het fatsoen wijzen de weg naar de overkant. Stoute jongens en nieuwsgierige meisjes worden, net langsheen het pad van de deugdzaamheid, geprikkeld om zijwegen in te slaan en no-go-zones te exploreren.

Ik vermoed dat zo’n 80% van ons bewustzijn zich, dag-in-dag-uit, met die grijze zone bezig houdt: wat zijn de regels, hoe groot is de verleiding om ze ontwijken, wat zijn de voordelen ervan, wat is het betrappingsrisico, hoe ziet de sanctie eruit. De criminologie is de moeder van alle menswetenschappen. De moraal de schoonmoeder.

In onze taal is het inzicht, dat er een pad loopt van het verbod naar het verlangen, gemeengoed geworden dankzij het overbekende vers van Hiëronymus van Alphen, een 19de eeuwse advocaat uit Gouda:

Jantje zag eens pruimen hangen,
O! als eieren zo groot.
 ’t Scheen, dat Jantje ze wou gaan plukken,
 Schoon zijn vader ‘t hem verbood.
 Hier is, zei hij, noch mijn vader,
 Noch de tuinman, die het ziet:
 Aan een boom, zo vol geladen,
 Mist men vijf, zes pruimen niet.
 Maar ik wil gehoorzaam wezen,
 En niet plukken; ik loop heen.
 Zou ik om een hand vol pruimen
 Ongehoorzaam wezen? Neen !

Een Tantalus-ervaring die met een nadrukkelijk “Neen!” wordt beteugeld. Maar net daar wordt het vers ongeloofwaardig en schieten we haast in een lach. Het is voor elke goede lezer immers duidelijk dat Hiëronymus met dit gerijmel zelf een scheve schaats rijdt. Want onder de zedenles omtrent het achtste gebod (“Gij zult niet stelen”) wordt een pornografische fantasie geschoven, met de sappige pruim als hoofdpersonage. Hoewel de vrucht verderop in zijn gedicht niét geconsumeerd wordt, voel je zo de begeerte opstijgen vanuit het taboe, met de vader als obstakel. Moet er nog Freudiaans zand zijn?

Meteen is de libidineuze onderstroom van het vergrijp zonneklaar: het verbod wekt de begeerte op, die aanleiding geeft tot het delict. Een begeerte die ook bij van Alphen zelf, als zedenmeester én pornograaf, actief blijken te zijn. De ketting tussen verbod, gevaar, dreigende sanctie, verlangen en verleiding is in alle grote liefdesdrama’s, van Tristan en Isolde tot Romeo en Julia, de sleutel tot de fatal attraction. Het is de twee-eenheid van eros en thanatos: hoe groter het obstakel, des te brandender de passie.

Onder de zedenles omtrent het achtste gebod (“Gij zult niet stelen”) wordt een pornografische fantasie geschoven, met de sappige pruim als hoofdpersonage.

zero1-5.jpgHet is ondenkbaar dat Tristan en Isolde iets zouden begonnen zijn, zonder de sociale belemmeringen die hen uit elkaar dreven. Hun relatie zou saai, conventioneel en kleurloos zijn geweest. De Wagneriaanse platonisering van deze Love Story is evenwel een grote vergissing: de verleiding om de conventies te negeren is wel degelijk seksueel geconditioneerd. De quasi-slechte afloop, de extatische Liefdesdood na de betrapping van het stel, toont ons bovendien een nieuw aspect van de misdaadpsychologie: ook de straf zelf kan een genotsfactor zijn.

Ooit spiekte ik op een examen Latijn met een vertaling op mijn schoot, hoewel ik die helemaal niet nodig had. Uiteraard werd ik betrapt, een enorme buis was mijn deel. Niemand begreep het waarom van die stommiteit, ik al evenmin. Pas veel later besefte ik waar het toen écht om ging: via het delict creëerde ik een band met de lerares Latijn waarop ik smoor was. De betrapping was het hoogtepunt  van een verbeelde paringsdans, en de straf het naspel,- een kleine liefdesdood die ze exclusief voor mij als prille Cupido in petto had.

Zo blijkt de subversieve strategie van de ongehoorzaamheid zich op drie dimensies van het genot te richten: er zit plezier in de overtreding zelf, er zit genot in de consumptie, en er zit een lustfactor in de straf. Pas als die drie dimensies aanwezig zijn, kan men van de perfecte misdaad spreken. Tijd om onze blik te verruimen, en van Alphen in te ruilen voor het betere literaire werk.

Wetboek en blasfemie: van Mozes tot Sade

Zoals in de meeste vitale processen is er ook in dit verhaal van verbod en verleiding een verwisselbaarheid tussen oorzaak en gevolg. Wat was er eerst: de wet of de foute neiging?  De regel of het plezier om hem te overtreden? De verbiedende vader of de lokkende pruim?

We laten die vraag van de kip en het ei verder over aan antropologen, criminologen, rechtsfilosofen en ander academisch personeel. Interessanter is de vaststelling dat deze as tussen verbod en genot een literair vervolg kent, met bizarre uitlopers.

Regels worden namelijk geconsolideerd in een tekst,– het reglement of wetboek, eventueel een Heilig Boek. Het is wellicht dé reden waarom het schrift ooit is ontstaan: uit de noodzaak voor de heersende macht om “objectieve” gedragscodes voor de groep vast te leggen. Maar daarmee haalt men een paard van Troje binnen, want vanaf dan kunnen sinistere individuen of groupuscules ook tegenteksten schrijven, recepten voor de ondeugd, blasfemieën, waar alle registers van het verboden genot worden opengetrokken, tot op het parodische of karikaturale af.

Het is de voedingsbodem van het Satanisme. Waar God beveelt, fluistert de duivel. Waar regels op schrift worden gesteld, duikt een literatuur van de overtreding op. Een literatuur die zelf in overtreding is. De theologische inconvenientie, dat de goede God ook het kwaad en de zonde heeft geschapen, leidt tot de conclusie dat de wet zelf tot wetteloosheid aanzet: door het goede tekstueel af te lijnen, wordt het kwaad zichtbaar als anti-tekst. Wat misschien wel de bedoeling was. Is God zelf een Satanist?

Waar God beveelt, fluistert de duivel. Waar regels op schrift worden gesteld, duikt een literatuur van de overtreding op.

De lust en de begeerte, die we al rond de pruimenboom en zijn dichter ontwaarden, blijken nu ook als een virus verstopt in de heilige teksten zelf.  De tien geboden waarmee Mozes de berg Horeb afdaalde, verlenen letterlijk een context aan de overtreding, en vormen een soort pornografie in spiegelschrift. Dat Mozes een seksmaniak was, wisten we al sinds “Der Mann Moses und die monotheistische Religion”, een sleutelwerk van Siegmund Freud uit 1937. Maar nu blijkt ook dat zijn stenen tafelen een gecodeerde aansporing tot ontucht bevatten: de wet geeft altijd de sleutel tot haar eigen negatie mee. Ze is dus in se corrupt.

De revolutionair en pornografische fantast  Marquis de Sade (1740-1814) zou daarvan ten volle de consequentie inzien: pas bij hem wordt het morele schoonschrift helemaal in spiegelbeeld gedecodeerd, en wordt elke wet herkend en herschreven als een expliciete uitnodiging tot de perversiteit. Het verbod op sodomie heeft het tot een haast verplicht nummer in de scientia sexualis gemaakt: ook het gat waar de duivel door loert, is uiteindelijk een goddelijke schepping.  Dura lex, sed lex: terecht heeft het bekendste condoommerk de drie eerste en de twee laatste letters van deze spreuk gebruikt om het gadget van de zonde een naam te geven.

Andere grappige coïncidentie, maar even veelbetekenend: in het jaar dat het pruimengedicht van Van Alphen het levenslicht zag, startte ook de literaire carrière van de Sade, als gevangene in Vincennes,- een carrière die zou culmineren in “Les Cent Vingt Journées de Sodome” (1784), een complete handleiding voor de ontucht, stiekem op een lange rol geschreven en in de celmuur verstopt.

De vervolging en internering van Marquis de Sade gebeurt des te drastischer, omdat hij de geschilderde orgieën bij voorkeur bevolkt met hoogwaardigheidsbekleders, magistraten, prelaten, en tutti quanti. Maar meer dan om een banale kritiek op de macht en zijn perverse excessen, gaat het bij de Sade om een brutale recuperatie van die macht en de bijbehorende onderdrukking, tot een instrument van de lust.

De politieke rebel en pamfletschrijver zoekt de arrestatie en zo de onderwerping aan een meester(es). Elke vorm van subversiviteit, ze weze politiek of crimineel, is gericht op een subdominante lustbeleving die in de straf haar beslag krijgt.

De hel in de hemel, de hemel in de hel. De gevangenis zelf wordt getransformeerd tot lustoord, de folterkamer tot een S.M.-ruimte. Eventueel vallen ze finaal samen, zoals bij de Sade, in nog een derde ruimte: die van het gekkenhuis. Revolutionair, literair genie, crimineel en seksueel pervert: de Sade was het allemaal. Door de wet te pornificeren, te verbreken, én zo tegen de lamp te lopen, wordt een extatisch kortsluitingspunt met de macht bereikt,- denk aan de lerares Latijn van daareven. En jawel: de meest fanatieke vijand en vervolger van de Sade was niet eens de zedenpolitie of de Franse staat, maar een vrouw, namelijk zijn invloedrijke schoonmoeder, Mme de Montreuil die achter de koninklijke arrestatiebevelen zat. Het idee dat zij hem opjoeg, moet voor de markies een enorme prikkel geweest zijn om dat masochistisch traject tekstueel naar zijn toppunt te voeren.

Het ware interessant om politieke dissidentie ook eens op die manier te analyseren. Denk bv. aan de rebel en internetactivist Julian Assange, opgejaagd als intellectueel crimineel, maar ook –en dat is opmerkelijk- als seksueel delinquent.

Leve de censuur?

Natuurlijk valt er in het universum van de Sade niet te leven, de doorsnee persoonlijkheid heeft daar gewoonweg de constitutie niet voor. Wie heeft de onheilige viervuldigheid van de rebel, het literair genie, de crimineel en de pervert in zich? Toch stuurt het literaire optreden van de Sade al onze moralistische, politiek-correcte opvattingen over democratie, journalistiek, mensenrechten en free speech en in de war. Hier is het duidelijk de abnorm en de zogenaamde pathologie die het normale/gezonde in vraag stellen.

Het schrijven op zich, als articulatie van het individu tegenover het systeem, lijkt namelijk niet mogelijk zonder vervolging en/of repressie vanwege dat systeem. Als de tekst, als signatuur van het individu, in se een tegentekst is, dan is de absolute tolerantie dodelijk. De crisis van de Westerse, (post)moderne literatuur vindt haar oorzaak net in de afwezigheid van censuur en in de totale permissiviteit. Waartoe nog schrijven, als alles is toegelaten? Hoe nog een tegentekst  produceren, als de Stenen Tafelen zwijgen?

Op zich zijn de principes van de vrijemeningsuiting en de artistiek-literaire vrijheid dan ook volstrekt steriel en zelfdovend: we zien waartoe ze leiden, namelijk in de facebook- en twitterdemocratie, de TV-talkshows en de eindeloze optocht der meningen, gevaarloos en onbenullig. Anderzijds tonen voorbeelden uit de voormalige Sovjet-Unie (Alexander Solzjenitsyn) en het huidige China (Liu Xiaobo) net hoe de censuur de literatuur betekenisvol maakt.

De crisis van de Westerse, (post)moderne literatuur vindt haar oorzaak in de afwezigheid van censuur en in de totale permissiviteit. Waartoe nog schrijven, als alles is toegelaten?

De vogelvrij verklaarde  Assange beoefent de dissidentie met veel sado-masochistisch flair, en organiseert zijn eigen heksenjacht (de echte martelaar is overigens zijn compaan Bradley Manning, die al twee jaar in een Amerikaanse isoleercel zit te creperen). Maar bij de klassieke letterkunde is de geest definitief uit de fles. Wanhopig tasten auteurs als Salman Rushdie de grenzen van de vrijemeningsuiting verder af, voelen geen enkele weerstand, en nemen dan uiteindelijk de profeet van een achterlijke godsdienst als pispaal, om toch maar hun vervolging uit te lokken. Met succes: Rushdie mocht onderduiken. Idem dito voor de Mohammed-cartoonist: aan een gewone politieke spotprent neemt niemand nog aanstoot.

Die povere bevrediging maakt alle andere geestesarbeiders stikjaloers: hun schriftuur is die van Jantje, verdrinkend in een mand vol pruimen,- vader vindt het allemaal OK. De democratie en de tolerantie maken de literatuur kapot. Talenten als L.P. Boon en Hugo Claus, beiden toch schrijvend vanuit een sterke blasfemische aandrift, hadden minstens de helft van hun leven in de gevangenis moeten zitten. Maar dat was hen niet gegund. Eén keer werd een toneelstuk van Claus (“Het leven en de werken van Leopold II”) verboden, en dat was het dan. Hun werk werd op applaus onthaald, ook door het regime, en stierf in het pluche en bladgoud. Daar stonden de belachelijke rebellen dan, beladen met eerbewijzen: Boontje komt om zijn loontje.

Hun nakomelingen, Brusselmans en Lanoye, en verderop Verhulst, wentelen zich verder in de leegte van een censuurloze, volstrekt tolerante en daardoor nihilistische cultuurindustrie. Hoeveel kak, pis, geil of sperma er ook aan te pas komt: het kan niemand wat schelen. Aan revolutionair proza beginnen ze zelfs niet: het zou archi-belachelijk overkomen, zeker uit hun pen.

De literatuur is dood, de revolutie afgeblazen, de prozaisten zijn masturberende narren geworden. Dan maar terug naar de pruimenboom?

Zero-tolerance en de duale stad

verbod

Opmerkelijk: terwijl de intellectuele vrijheid zich botviert in een gebanaliseerde meningcultuur en de massaproductie van soft-pornoromans, en terwijl de straffeloosheid jegens de georganiseerde criminaliteit toeneemt, wordt de straat voor de gewone burger steeds meer een nieuwe repressieve ruimte. Vuilzakken op de verkeerde dag buiten zetten, eten op de tram, met de voeten op een bank zitten, een kartonnen doos verslepen, een broodje nuttigen op de kerktrap: het mag allemaal niet. Elke dag wordt de lijst met “overlast”-maatregelen langer.

Herhaaldelijk ben ik uitgevaren tegen het systeem van de zgn. GAS-boetes (“Gemeentelijke Administratieve Sancties”) en de nieuwe Zero-tolerance, waarbij vooral jonge mensen geviseerd worden, in het kader van een toenemende gerontocratie die ik als een Alzheimer-cultuur karakteriseerde. (Zie: “De opa’s zijn terug van nooit weg geweest”).  Maar na een lectuur van de Sade moet ik mijn mening herzien.  Strenge vaders kweken opstandige zonen. Deftige scholen brengen rebelse leerlingen voort.  In die zin zou ook de wildgroei van geboden en verboden in de publieke ruimte het kritisch bewustzijn en het subversief potentiaal kunnen aanwakkeren bij de gemiddelde weggebruiker. U hebt namelijk altijd de vrijheid om het verkeersbord te negeren, en daar begint de herovering van de autonomie die we helemaal kwijt gespeeld waren.

Binnen de grote maatschappelijke en politieke veranderingen, die zich wereldwijd aan het voltrekken zijn, is er ook de implosie van het klassieke, geschreven recht, samen met de even klassieke rechtstaat. De Grote Wet, de Mozaïsche religieuze moraal die expandeerde tot het Romeinse rechtsysteem met zijn duizelingwekkende voluminositeit, staat op het punt om te verdwijnen. In de plaats komt de georganiseerde, planetaire verkeersruimte met zijn 1001 logo’s, emblemen, pictogrammen die u de weg wijzen. De oeroude wrijving tussen verbod en overtreding is niet langer een tekstaangelegenheid, maar speelt zich vandaag steeds meer af als een kat-en-muis-spel met die verkeerscode.

Dat opent perspectieven. Naarmate we het punt van zero tolerance naderen, opent er zich een spelruimte (iets als een Ganzenspel, met obstakels en fatale plekken), spannend, gespleten, gevorkt, duaal, die ons voortdurend laat kiezen tussen gehoorzaamheid en subversie, deugd en ondeugd. Die keuze is een hormonale kwestie, meer dan een rationeel-strategische. Afgezien van de economische delicten (een brood of een biefstuk stelen, een bank overvallen), komt opnieuw het lustprincipe aan de oppervlakte, en primeert het plezier in de daad zelf, zowel op straat als in de cybersfeer, denk bv. ook aan hacking (vooral van overheidswebsites) en allerlei andere internetfratsen.

Gewin is er zelden bij, de meesten doen het gewoon voor de fun. Het zijn variaties op het fenomeen van de aloude graffiti: tekens die aangebracht worden op de bestaande infrastructuur. Dikwijls worden verbods- en gebodstekens overschilderd met ludieke en/of pornografische schuttingtaal waarin het woord fuck domineert: een woord dat plezier, pijn, walg, verzet en overgave uitdrukt. Sade in de kleinst denkbare notedop.

Het delict draait voorts rond niet-reglementaire toeëigening van plekken en meubilair (met de voeten op de bank, broodje eten op de kerktrap, spelen op verboden grasperk, seks op de parking,…), ondanks de waarschuwingsborden. Soms wordt het preventie- en repressie-instrumentarium gewoonweg vernietigd (zoals camera’s en flitspalen).

Hoe meer overlastreglementen, des te meer men ze kan overtreden: de Zero-tolerance creëert méér kritische massa, méér subversieve verbeelding, méér autonomie. 

Alle pogingen van het systeem om deze straatsubversiviteit te neutraliseren of te recupereren, mislukken. Speciale borden, bestemd voor graffiti, blijven blank, net omdat ze in die toegelaten context niets betekenen. Het idee om skaters van de straat te houden en hen te leiden naar de daartoe bestemde skatepleinen, bleek eveneens een flop: de overtreding is een essentieel onderdeel van deze subculturele sport. Idem dito voor de pogingen om prostitutie te “legaliseren” en in eros-centra onder te brengen: hoeren én klanten willen er niet van weten.

Het flirten met het onregelmatige en het exploreren van grijze zones wordt steeds meer de kern van de vrijetijdsbeleving, en dit niet alleen bij zgn. marginalen. Zo schept het repressieve systeem de voorwaarden tot zijn eigen negatie, en is de aloude Mozes toch terug van nooit weg geweest. Is de macht, in zijn manifeste, niet-gedogende, strenge vorm, zelf subversief? Maakt het systeem regels om de zondaar toe te laten, met zijn autonomie te experimenteren? Ik blijf het me afvragen. Het is het mysterie van de duale stad.

Laat dus 1000 berispende vingers opstijgen: ze zullen met evenveel opgeheven middenvingers beantwoord worden. Hoe meer overlastreglementen, des te meer men ze kan overtreden: de Zero-tolerance creëert méér kritische massa, méér subversieve verbeelding, méér autonomie.  Terwijl de babyboomgeneratie, na een kortstondige revolte, verdronk in het pruimenbad van de sixties,- met het gekende resultaat,- kan een stevig super-ego in de publieke ruimte, inclusief camera’s (“God ziet U”), vandaag de ego’s laten openbloeien.

De stedelijke ruimte is een bipolaire en conflictueuze ruimte, dat is juist haar sterkte.  We hebben de stad niet nodig om te wonen, integendeel, en ook niet om mensen rondom ons te hebben, want de stad leidt juist tot eenzaamheid en vervreemding.

We hebben de stad wél nodig om de oertegenstelling tussen systeem en individu te ritualiseren. Als een socio-politieke oorlogszone, waarin autoriteit en autonomie, rechts en links, zich tegenover elkaar kunnen opstellen. Deze libertarisch-anarchistische visie op stedelijkheid verenigt de twee uitersten van het politieke spectrum: ja aan meer blauw op straat, meer stadswachters, meer controle, meer regels en matrakken. Maar evenzeer ja aan de overtreding, de ontduiking, de graffiti’s, de bezetting, het wildplassen en het rondhangen. Valt een van beide weg, dan is het ook met de andere afgelopen, zo blijkt o.m. op de Gentse Feesten.

In die zin ben ik geëvolueerd tot politiek compleet hybride, tot wanhoop van mijn critici: voor méér orde, en voor méér wanorde. De politie maakt deel uit van het feest. Want alles wat verboden is, is plezierig. En alles wat plezierig is, wordt ook best verboden. De Zero-tolerance is de hel en de hemel tegelijk.

00:05 Publié dans Actualité | Lien permanent | Commentaires (0) | Tags : tolérance zéro, problèmes contemporains | |  del.icio.us | | Digg! Digg |  Facebook